De Lettelberter Petten liggen aan de zuidzijde van het Leekstermeer en zijn tussen 1900 en 1920 ontstaan door de behoefte aan brandstof. Doordat men het veen ging afgraven in langwerpige geulen ontstonden de "petgaten", het werd te drogen gelegd op de zogenaamde legakkers die tussen de petgaten inlagen. Hieruit werden de zogenaamde baggelturven gesneden, nadat het veen voldoende gedroogd was werd het afgevoerd in zuidelijke richting via een gegraven "wijk" en het Leekstermeer.

In de tweede wereldoorlog is nog een aantal petgaten ontstaan door afgravingen van turf, daarna was het niet meer lonend en is het afgraven gestaakt. Hierdoor zijn de petgaten in de loop der jaren weer verland en dichtgegroeid en is er het huidige elzenbroekbos ontstaan. ( in de volksmond staat dit ook wel bekent als het bos van "Olle Mart"). Dit bos werd nog tot in 1964 gebruikt voor brandhout en als geriefhout voor de bewoners van het gebied. In 1961 is het gebied in eigendom gekomen van het Groninger Landschap wat nu bestaat uit ca. 152 ha (75 %) van het totale reservaatgebied.
